Een van de vragen die hierbij centraal staat, is hoe het zzp’ers vergaat wat betreft hun werktevredenheid, financiële positie, welbevinden en ervaren gezondheid. Dit kan afhankelijk zijn van hun beweegredenen: worden ze zzp’er tegen wil en dank of juist uit volle overtuiging?

 

Dé zzper bestaat niet, concludeert het Interdepartementaal Beleidsonderzoek zzp (Ministerie van Financiën, 2015). Mensen hebben verschillende motieven om als zzper te gaan werken. Ook de bijdragen in dit themanummer benadrukken de grote diversiteit aan subgroepen zzpers (zie bv. de bijdragen van Ronald Dekker, Conen & Schippers, Dirven et al., Josten & Vlasblom).

 

Het beeld van de zzper dat uit de verschillende bijdragen naar voren komt, is niet zonder meer somber. De zzpers die met overwegend negatieve motieven starten, zijn in de minderheid (zie o.a. de bijdragen van Conen & Schippers; Dirven et al.). Het CBS-bericht van Kösters en Smits in dit themanummer geeft een overzicht van welke zzpers vanwege negatieve motieven zijn gestart en welke zzpers economisch en organisatorisch afhankelijk zijn van één opdrachtgever.

Zzpers zijn op veel aspecten ook meer tevreden met hun werkomstandigheden dan werknemers, ook als zij aanvankelijk niet uit volle overtuiging voor het zzp-schap hebben gekozen. Josten en Vlasblom laten zien dat ook wanneer werknemers vanuit negatieve startmotieven zelfstandige worden bijvoorbeeld omdat hun baan op de tocht staat hun tevredenheid toeneemt. Wel ligt die tevredenheid lager dan die van zzpers uit eigen keuze.

 

Hoewel zzpers redelijk tevreden lijken te zijn, zijn er toch enkele aandachtspunten. Zo blijkt zowel uit de bijdragen van Conen en Schippers als van Dirven et al. dat zzpers die starten vanwege negatievemotieven, minder succesvol zijn in hun onderneming en een lager inkomen hebben. Ook de ervaren gezondheid is voor deze groep minder rooskleurig zo blijkt uit de bijdrage van Dirven et al. Ze hebben vaker burn-outklachten en er zijn aanwijzingen dat deze klachten te maken kunnen hebben met de geringere werkzekerheid van deze groep.

Arbeidsonzekerheid heeft ook invloed op andere aspecten van het persoonlijke levensdomein. Annink en Den Dulk gaan in op de werk-privébalans van zelfstandig ondernemers. Noodgedwongen ondernemerschap en veel contact met klanten beïnvloeden de balans negatief. Ook het beleid, de economische siituatie en culturele aspecten in een land hebben invloed op de ervaren werk-privébalans van zelfstandig ondernemers. Chkalova en Van Gaalen hebben onderzocht in welke mate een onzekere arbeidssituatie samenhangt met de kans om samen te gaan wonen en de kans om te gaan trouwen. Uit hun analyses blijkt dat vooral laagopgeleide mannen en vrouwen met een onzekere arbeidsrelatie een kleinere kans hebben om te gaan trouwen. Het negatieve effect blijkt echter vooral voor werknemers met een onzekere situatie te bestaan, voor zelfstandigen is het effect minder duidelijk.

 

In het maatschappelijk debat wordt de sterke groei van het aantal zzpers vaak geweten aan de specifieke wet- en regelgeving die het zzp-schap in Nederland aantrekkelijk maakt. Kösters vergelijkt de Nederlandse wet- en regelgeving die van invloed kan zijn op de vraag naar en het aanbod van zzpers met die van enkele andere Europese landen. Zij concludeert dat in Nederland in vergelijking met andere landen zowel meer wet- en regelgeving is die positief kan uitpakken op de keuze om als zzper te starten, als wet- en regelgeving die het aantrekkelijker maakt voor werkgevers om een zzper in te huren in plaats van een werknemer aan te nemen.

 

Ook de boekenrubriek in dit nummer staat in het teken van de flexibilisering van de arbeidsmarkt in relatie tot Nederlandse wetgeving, waarbij zowel Vos als Glebbeek in hun bespreking het accent leggen op zzpers.

 

Verschillende auteurs in dit themanummer stippen een aantal maatschappelijke kwesties aan die nog aandacht vragen. Erik Stam noemt in zijn column het risico van onderinvestering in scholing voor de lange termijn welvaart in Nederland. Hij wijst op de spagaat waarin zzpers zich bevinden: als het goed gaat, is er geen tijd, en als het slecht gaat, is er geen geld om in zichzelf te investeren. Ronald Dekker geeft aan dat met name zzpers aan de onderkant van de arbeidsmarkt beter af zouden zijn als werknemer. Ook Josten en Vlasblom benadrukken de kans op armoede voor deze groep en Conen en Schippers wijzen op het gebrek aan financiële competenties die de faalkans vergroten. De auteurs waarschuwen ervoor dat het zzp-schap niet moet worden gezien als een vanzelfsprekend alternatief voor degenen die niet als werknemer aan de slag kunnen. Dat zou ervoor kunnen pleiten de inhuur van zzpers door werkgevers financieel minder aantrekkelijk te maken. Fabian Dekker wijst er in zijn column echter op dat het zzp-schap met de nodige overheidsondersteuning wel degelijk kan worden ingezet om mensen die langdurig aan de kant hebben gestaan weer perspectief op werk te bieden. Hij waarschuwt daarom tegen het al te rigoureus afschaffen van alle fiscale voordelen voor zzpers.